11 apr 2026
ARBO-regels voor laddergebruik op de werkvloer [2026]
Het gebruik van ladders op de werkplek is geregeld in Arbobesluit art. 7.23 en de Nederlandse norm NEN 2484. Een ladder mag op de werkplek alleen worden ingezet als een veiliger alternatief (steiger, werktafel) aantoonbaar niet praktisch is. De werkgever is verplicht te zorgen voor ladders van de juiste klasse, een veilige opstellingswijze en aantoonbare instructie aan de gebruiker. Meer hierover lees je in ons artikel over ladder gebruik als ZZP.
Wat zegt het Arbobesluit over laddergebruik?
Arbobesluit art. 7.23 — Ladders en trappen stelt:
- Een ladder mag alleen worden gebruikt als tijdelijk arbeidsgereedschap, niet als permanente werkplek.
- De werkgever moet beoordelen of een alternatief op hoogte (steiger, werktafel, hubplatform) praktisch uitvoerbaar is. Alleen als dat niet zo is, mag een ladder worden ingezet.
- Ladders moeten stabiel staan, het juiste type zijn voor de toepassing, en in goede staat verkeren.
- Werknemers die ladders gebruiken, moeten voldoende zijn geïnstrueerd in veilig gebruik.
Onderscheid werkzaamheden:
- Kort en licht werk (< 30 minuten, geen zware materialen): ladder mag worden ingezet als risicobeoordeling dit toelaat.
- Langdurig of zwaar werk: verplicht gebruik van een steiger of ander stabiel werkhoogteplatform.
Welke ladder is verplicht op de bouwplaats?
Er is geen verplichting voor een specifiek laddertype, maar de gekozen ladder moet voldoen aan: Zie ook: de juiste werkladder kiezen.
Klasse-indeling ladders (EN 131 / NEN 2484):
| Klasse | Maximale gebruikersmassa | Toepassing |
|---|---|---|
| I (professioneel) | 150 kg | Industrie, bouw, zwaar gebruik |
| II (semi-professioneel) | 150 kg | Onderhoud, installatie |
| III (huishoudelijk) | 150 kg | Licht, niet voor werkplaats |
Op de bouwplaats is klasse I (professioneel) verplicht. Klasse III-ladders zijn niet toegestaan op professionele werkplekken. Bekijk ons assortiment professionele ladders klasse I.
Type-afhankelijke eisen:
- Enkelvoudige ladder (aanlegladder): Maximale hellingshoek 65-75 graden, bovenkant minimaal 1 m boven het uitstappunt.
- Schuifladder: Overlap van de laddergedeelten minimaal 1/3 van de totale lengte.
- Bordestrap: Alleen op vlakke, harde ondergrond. Niet op hellingen.
- Huishoudtrap: Verboden op de professionele werkplek.
NEN 2484: de Nederlandse norm voor ladders
NEN 2484 is de nationale toepassing van de Europese EN 131-reeks voor draagbare ladders. De norm beschrijft:
- Constructie-eisen: Minimale sterkte van sporten en stijlen, bevestiging voetdoppen en glijdoppen
- Keuringsintervallen: Periodieke inspectie en criteria voor afkeuring
- Markeringseisen: Klasse-aanduiding, maximale belasting en fabrikantgegevens zichtbaar op de ladder
- Gebruiksinstructies: Stappenplan voor veilige opstellingshoek (4:1 regel voor aanlegladders)
Belangrijke eis uit NEN 2484: elke ladder die voor professioneel gebruik is bestemd, moet voorzien zijn van een permanent leesbaar keuringslabel met klasse, maximaal draagvermogen en productiecode. Bekijk ook ons artikel over verplichte ladderinspectie.
Wanneer mag u een ladder WEL gebruiken (en wanneer niet)?
Ladder is toegestaan als:
- Werkzaamheden kort duren (vuistregel: minder dan 30 minuten aaneengesloten)
- Er geen zware materialen of gereedschap worden meegevoerd (beide handen vrij)
- De risicobeoordeling aantoont dat een alternatief niet praktisch is
- De ladder klasse I is en voldoet aan NEN 2484
- De opstelling veilig is (4:1 hellingsregel, stabiele voet, bovenkant geborgd)
Ladder is NIET toegestaan als:
- Werkzaamheden langdurig zijn of beiden handen bezet houden
- Er een steiger, werktafel of hubplatform beschikbaar is
- De vloerondergrond oneffen, zacht of glad is
- De ladder beschadigd of versleten is (gebroken sporten, gebroken glijdoppen)
- Er gevaar bestaat door nabijheid van elektra (minimaal 3 m afstand van onbeveiligde stroomvoerende delen)
Wat zijn de ARBO-verplichtingen voor werkgevers bij ladders?
Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)
Laddergebruik moet worden opgenomen in de RI&E. Verplicht aan te tonen: waarom een ladder en niet een steiger.
Instructie en toezicht
Werknemers moeten aantoonbaar geïnstrueerd zijn in:
- Keuze van het juiste laddertype
- Controle voor gebruik (voor-gebruik-inspectie)
- Veilige opstelling (4:1 regel, borgmethoden)
- Gedrag op de ladder (drie-punts-contact)
Onderhoud en keuring
NEN 2484 schrijft periodieke keuring voor. Defecte ladders moeten onmiddellijk uit gebruik worden genomen en worden gemarkeerd of vernietigd.
Registratie
Bij bedrijfsladders is het aan te raden een ladderregister bij te houden met: identificatienummer, aankoopdatum, keuringsdata en -resultaten.
Veelgestelde vragen over ARBO-regels ladders
Mogen werknemers een privéladder meenemen naar de werkplek?
Nee. De werkgever is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van gekeurd, klasse I-materiaal. Een privéladder van klasse III voldoet niet aan de ARBO-eisen voor professioneel gebruik.
Is een bordestrap ook een ladder volgens het Arbobesluit?
Ja. Bordestappen vallen onder art. 7.23 Arbobesluit. Zij mogen alleen worden ingezet op vlakke, stabiele ondergrond en voor korte, lichte werkzaamheden.
Wat is de 4:1-regel voor aanlegladders?
Voor iedere 4 meter hoogte moet de voet van de ladder 1 meter van de muur af staan. Dit komt overeen met een hellingshoek van circa 75 graden, wat de meest stabiele positie geeft.
Welke boete riskeert een werkgever bij onveilig laddergebruik?
Inspectie SZW kan boetes opleggen van EUR 1.800 tot EUR 13.500 per overtreding, afhankelijk van de ernst. Bij ernstige arbeidsongevallen waarbij laddergebruik een rol speelt, volgt bovendien een strafrechtelijk onderzoek.
Mag een ladder buiten worden gebruikt bij regen?
Alleen als de ladder voorzien is van anti-slipvoeten en de hellingshoek correct is. Bij gladde ondergrond (ijs, modder) is laddergebruik buiten verboden.
Bekijk professionele ladders klasse I
Alle ladders in ons assortiment voldoen aan EN 131 en NEN 2484. Geschikt voor professioneel gebruik op de bouwplaats.
Bronnen: Arbobesluit art. 7.23 | NEN 2484 | EN 131-reeks | Inspectie SZW Beleidsregel 7.23